Spanjolen

Spaarndammers:

Zie, zie, zie, daar komen ze aan, de Spanjolen
Zu-, zu-, zullen we vluchten of gaan voor de Spanjolen
ons huis en haard verlaten
voor de Spanjaard die we zo haten
Ze hebben ons land gestolen, de Spanjolen
maar, maar, maar wij staan nu vooraan
daar komen ze aan

Spanjaarden:

Weer een dijk en al dat water
we houden het niet droog
klappertanden in lage landen
het vocht, het klimt omhoog
ten strijde nu, we vallen aan
We zullen door Spaarndam heen gaan
Desnoods met vuur en brandend water
ten strijde nu, we vallen aan

Spaarndammers:

op klompen staan we naast elkander
we verzuipen ze, de tegenstander

Spanjaarden:

Met modder gooien wat een schande
typisch vechten van lage landen
We richten onze zwaarden onze lanzen

 

Spaarndammers:

Zie ze nu hun lanzen richten

Spanjaarden:

die angst op hun gezichten

Spaarndammers:

Nee, ze komen niet over onze dijk

Spanjaarden:

Spaarndam zet ons te kijk

 

Spanjaarden:

Moe van modder, moe van regen
gaan wij naar Spanje terug
Over land op harde wegen
Reizen wij terug
Holland willen we vergeten
We willen weer paella eten
we kunnen er echt niet meer tegen
Holland willen we vergeten

Spaarndammers

Zie, zie, zie, zie, zie ze toch gaan, de Spanjolen
we ga, ga, gaan de uitdaging aan, na de Spanjolen
nieuwe huizen, nieuwe straten
het oude plan is daargelaten
kerken en scholen
We kunnen het wel aan
Spaarndam staat vooraan